Helaas, de ´harde´ waarheid ziet er eerder als volgt uit: studeren voor tentamens, opdrachten inleveren, de klok verzetten, wegzakken in een winterdepressie, pluishaar, sjaals, handschoenen, vertraagde treinen, een gestolen fiets, gekneusde ribben, buren die van Sensation muziek houden (Black Edition, not afraid to share), should I continue?
Kuch. Even van zwart maar weer terug naar wit. Het leven is zo slecht nog niet; van paniek rondom de kredietcrisis heb ik geen last. Ik volg en aanschouw wat de mannetjes in pakken met stropdas nu weer uitspoken met oprechte interesse, maar kan het niet laten af en toe te lachen om de onnozelheid en de ´hype´. Gaat dit alles uiteindelijk niet om heel iets anders? Waar is het vertrouwen in onze medemens? Naar wie durf je nog te luisteren? De een schreeuwt nog harder dan de ander, maar we zijn een stelletje egocentristen. We willen helemaal niet op een ander bouwen, we gunnen elkaar niet wat we zelf (met moeite danwel met gemak) voor elkaar hebben gekregen. Delen? Nee, ik ik ik en heb heb heb. Burn-outs, quarter- of midlife-crisis, eenzaamheid, de mens weet van gekte niet meer waar ie terecht moet. Sapkuur, ontslakkingskuur, botox, schaamlipverkleining of penisvergroting? Wat brengt ons geluk? Instant kicks, alles op de korte termijn. Liefst met zo min mogelijk vergoten zweet/bloeddruppeltjes. Maar geluk schuilt in het delen. In het ´samen´. In het vertrouwen geven, het langzaam laten groeien van een band, en vervolgens iets terug krijgen. We durven de eerste stap echter niet meer te zetten, hebben het geduld niet om te wachten tot we ontvangen. Want, wat als...? Dan heb ik.... Verliezen, zwakte, nee, wij spelen op ´zeker´. Dan maar alleen, op ons eilandje. Of vastgeroest. Ongelukkig, maar in ieder geval is het ´bekend´.
We worden in deze maatschappij van wieg tot graf gepamperd, en durven flink te zeuren wanneer Bos onze luier niet komt verschonen. Het kleinste druppeltje dat we voelen is voldoende om aan te kloppen bij de eerste, tweede, desnoods derde, kamer. De mens is mondig en niet bang zijn beklag te doen. We hebben het niet slecht hoor, kom op zeg! Moeten wij ons druk maken om een inflatie waarbij het geld dat we bezitten plots niet meer gebruikt kan worden? Lege winkels of dorre landschappen... ´Honger?´ Nee, wij zeiken wanneer we die flatscreen niet kunnen kopen of wanneer het in plaats van een weekje All-in eens een vakantie op de Wadden wordt. Dat we tweemaal gaan of tussendoor ook nog eens naar Rome vliegen noemen we daarbij nog maar even niet. Poeh, wát hebben wij het zwaar.
Ik zeg; ga snel eieren gaan halen bij de voedselbank, voor je het weet heb je nog een tekort aan het een of ander. Geniet ik ondertussen van het live-entertainment dat de maatschappij dagelijks brengt. Who needs a televisionscreen anyway?

Geen opmerkingen:
Een reactie posten